De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) staat onder toenemende druk. Als toezichthouder opereert zij in een complex speelveld van maatschappelijke verwachtingen, politieke aandacht en veranderende wet- en regelgeving. Tegelijk groeit de behoefte aan technologische innovatie: digitale middelen moeten inspecteurs ondersteunen in hun dagelijkse werk.
De vraag in dit project was niet: welke technologie hebben we nodig?
Maar: hoe zorgen we dat innovatie echt gaat werken voor de mensen die ermee moeten werken? Kortom, hoe speelt sociale innovatie een rol hierbij?
Achter elke inspecteur staat een hele organisatie. Innovatielab, beleid, uitvoering, stafdiensten en leidinggevenden hebben allemaal een rol. Ieder onderdeel heeft eigen eisen en verantwoordelijkheden. Denk aan handboeken, protocollen en veiligheidseisen die essentieel zijn, maar samen ook kunnen vertragen of tot misverstanden leiden.
In zo’n omgeving loopt innovatie zelden in een rechte lijn. Onderweg ontstaan hobbels, pauzes en nieuwe vragen. Het risico is dat het doel vervaagt: beter toezicht en handhaving door inspecteurs.
Het project ging over de sociale kant van innovatie: alles wat nodig is om een innovatie goed te laten landen bij de inspecteurs, zodat zij deze begrijpen, vertrouwen en gebruiken. Dat gaat over afdeling overstijgend samenwerken, continue blijven leren, goede communicatie, eigenaarschap van nieuwe processen en activiteiten, en een zorgvuldige overgang van “pilot” naar “dagelijkse uitvoering”.
Daarom spraken we met inspecteurs, leidinggevenden, mensen uit het Innovatielab en andere betrokkenen. Door die perspectieven te verbinden, werd zichtbaar waar verwachtingen uit elkaar lopen en waar samenwerking sterker kan.
Deze verhalen en inzichten uit de organisatie, bundelde we in een zogenaamd Groeiboek. Het Groeiboek is een co-creatie product van alle belanghebbenden, zodat het niet ”ons” verhaal is, maar van de NVWA zelf. Met hun eigen taal, voorbeelden en adviezen. Dat leverde niet alleen rijke inhoud op, maar ook vertrouwen. Begrippen werden gedeeld, verwarringen uitgesproken en benodigde keuzes werden beter uitlegbaar.
De impact van ons project ontstond niet pas bij het eindproduct, maar al onderweg. Mensen die elkaar normaal weinig spraken over dit thema, zaten nu samen aan tafel, waardoor gedeeld begrip ontstond.
Zo bleek dat de term “sociale implementatie” binnen de NVWA, het onderwerp van ons project, verschillend wordt gebruikt. Zowel extern richting onder toezicht gestelde ondernemers, maar nu ook intern om innovaties te laten landen bij medewerkers. Dat verschil expliciet maken had op zichzelf al waarde, doordat zo misverstanden kunnen worden voorkomen in de toekomst en er onderling begrip ontstaat.
In het project kwamen fricties naar boven die vaak impliciet blijven. Bijvoorbeeld: de overdracht van innovaties naar de reguliere organisatie is niet altijd scherp genoeg ingericht. Vragen over opschaling, budgetten en verantwoordelijkheden kunnen nog openstaan, terwijl inspecteurs al meedoen in pilots. Dat geeft onzekerheid.
Dit is zelden een kwestie van “goed” of “fout”. Het vraagt om een gezamenlijke aanpak: wie beslist wanneer, op basis waarvan en hoe leg je dat uit aan de mensen die meedoen? Door dit samen expliciet te maken ontstond er ruimte voor verbetering.
Wie sociale innovatie serieus neemt, versnelt vernieuwing, door helderheid te creëren over begrip, vertrouwen en het gebruik van innovaties.
Kunnen we uitleggen wie wanneer beslist, wat ‘goed genoeg’ is om door te gaan, en wat mensen morgen anders doen in hun werk? De focus ligt daarbij op de menselijke aspecten, die in de hele keten een rol spelen. Van idee, tot uitvoering in de praktijk.
Het project leverde een concreet Groeiboek op, met tal van inzichten en adviezen hoe zaken anders en beter kunnen, maar belangrijker was de weg ernaartoe: mensen samenbrengen, lastige punten bespreekbaar maken en aannames expliciet krijgen.
Voor ons bevestigt het dit: technologische innovatie is nooit alleen technisch. Wie wil dat vernieuwing echt landt, moet de sociale kant serieus nemen.